
|
San Damiano |
|
Zingeving en spiritualiteit voor jongeren met interesse voor franciscaanse ( Franciscus van Assisi ) levensstijl of roeping in Vlaanderen |

|
Spiritualiteit |
|
Franciscus, Je levensloop blijft Een baken van licht en hoop voor deze tijd en een vraag voor elk van ons persoonlijk. Jij doorzag Jij doorzag Jij doorzag Franciscus, Zou dit wonder zich in onze tijd kunnen herhalen? IN EEN VERDEELDE WERELD
DE WEG VAN VREDE GAAN - ZOALS FRANCISCUS DEED -
EEN UITGAVE VAN EMMAÜS
DEKENAAT AALST
Redactie: Jean-Paul Vermassen
OVERZICHT
Ter inleiding
Vrede is de weg
Ter bezinning vooraf
Stem
Het kan ook anders
HOREN OM TE ZIEN Eerste bezinning
UIT HET EIGEN EGO TREDEN Tweede bezinning
DE VOGELS ZIJN MET ZO WEINIG TEVREDEN HET IS DAAROM DAT ZE KUNNEN VLIEGEN Derde bezinning
VIA EEN GEDULDIGE DIALOOG Vierde bezinning
DE DINGEN IN JE LEVEN Vijfde bezinning
Wij bidden om bekering
Ik heb nooit
Mensen als verantwoordelijke wezens
Vrede is de weg
TER INLEIDING
Niet alleen in het kader van de vredesweek is deze bundel actueel. Een heel jaar lang kunnen mens en mensheid maar beter bedacht zijn op vereniging en vrede in hun samenleving. Want een goede verstand- houding is geen spontaan gebeuren. Vrede en verzoening tussen mensen en volkeren zijn steeds opnieuw te realiseren. De wereld laat zien hoe moeilijk het is. Men kiest ook na het geweld van de 20ste eeuw nog steeds veel te vaak voor geweld en oorlog om spanningen en conflicten op te lossen. De oorlog tegen en in Irak en de slepende gewelddadigheid tussen joden en Palestijnen zijn de meest schrijnende voorbeelden van een heilloos gebruik van geweld.
Geen vrede zonder rechtvaardigheid. Geen rechtvaardigheid zonder dialoog. Luisteren en spreken zijn werkelijk de enige wegen die naar vrede leiden. Franciscus was daarin een specialist. Hij liet zich daarbij gidsen door Jezus en zijn bergrede. Franciscus heeft in de zeer gewelddadige 13de eeuw intuïtief een eigen stappenplan tot vrede ontwikkeld dat de laatste decennia in verschillende wetenschappelijke disciplines wordt bevestigd en uitgewerkt. Om de wolf in de naaste te temmen, moet de mens eerst de wolf in zichzelf kunnen temmen. Niet zozeer de agressieve wolf in de ander is een gevaar voor de vrede, maar het eigen ik dat zelf een zeer gewelddadige wolf kan worden – juist uit onmacht om goed om te gaan met de andere ander - is de grootste oorzaak van geweld. Om het moeizame proces van omzetting van de eigen agressie tot geduldige goedheid te realiseren, kan de verbondenheid met een transcendente Bron en Appèl van barmhartigheid voor de mens een weldaad zijn. Ook dat was een wezenlijk deel van Franciscus’ vredesstrategie.
Niet enkel de wereldvrede is een kostbaar streefdoel. Ook de dagelijkse zoektocht naar vereniging tussen mensen in de eigen leefkring is een uiterst belangrijke opdracht. Deze bundel wil een bescheiden bijdrage zijn in het geheel van inspanningen om een klimaat van toenadering tussen mensen en volkeren te bevorderen. In de bezinningen komt de oorspronkelijke inspiratie van Franciscus aan bod. Vaak met teksten of verhalen van hemzelf. De bundel is ontstaan in het kader van een dekenale bezinningstocht - met 25 volwassenen - naar Umbrië in de zomer van 2004. Men kan telkens de vijf bezinningen als een geheel doornemen. Men kan ook grasduinen in het geheel en hier en daar één tekst overwegen. Als een en ander maar een aanzet is om zich de evangelische vredesspiritualiteit eigen te maken en deze effectief uit te stralen, zodat wijzelf tot bron van vrede kunnen worden voor onze naaste, een lichtpunt dat de duisternis van het geweld uit de wereld verjaagt.
Jean-Paul Vermassen, augustus 2004
TER BEZINNING VOORAF
Het gezicht van de Ander doet dubbel goed:het bevrijdt me uit de betrokkenheid op mezelf en geneest me uit mijn zelfgenoegzaamheid en arrogantie. Domheid is niet het tegendeel van intelligentie,het is die vorm van intelligentie die ieder de maat neemt en elk nieuw begin in een bekend draaiboek smoort.
Alleen een kwetsbaar ik kan van zijn naaste houden.
Het meest uitdagende aan de medemens is niet dat hij een rivaal is, maar dat hij een gezicht heeft; lastig is niet zijn veronderstelde vijandschap, zijn dreigende kracht, maar het bevel dat zijn berooidheid me oplegt.
Juist omdat ik niet alleen de broer van mijn broer ben, maar zijn hoeder ( Kaïn en Abel), borrelt de neiging in me op om daar een halt aan te roepen, het verlangen om die veeleisende band te verbreken. Het Kwaad is de opstand, het verzet van de afgezette vorst - het ik – tegen zijn afzetting door de Ander.
Ik koester geen spontane haat tegen mijn medemens ( evenmin koester ik haat omdat een hels en almachtig systeem me daartoe brengt ); wat ik in hem haat, is dat hij mijn spontaniteit onherroepelijk ter discussie stelt. Wat ik zo lastig vind, is dat ik hem mijn excuses moet aanbieden.
Samenlevingen worden volwassenop het moment dat ze de zorg voor de Ander uitroepen tot grondslag van hun gemeenschap.
Uit ‘De wijsheid van de liefde’ Alain Fienkelkraut
STEM
Stem, in een landschap van tederheid maak mij tot een bron van tederheid.
Stem, in een landschap van mildheid maak mij tot een bron van mildheid.
Stem, in een landschap van licht maak mij tot een bron van licht.
Stem, in een landschap van vrede maak mij tot een bron van vrede.
Stem in mij over mij tot mij
herschep mij tot een land van vrede en goedheid
Pace e bene
jpv
HET KAN ANDERS
Zo rijk als nu waren we nog nooit, maar zelden waren we zo hebzuchtig als nu.
Zoveel kleren als nu hadden we nooit, maar zelden waren we zo naakt als nu.
Zo verzadigd als nu waren we nooit, maar zelden zo onverzadigbaar als nu.
Zulke huizen als nu hadden we nooit, maar zelden waren we zo thuisloos als nu.
Zoveel wetend als nu waren we nooit, maar zelden waren we zo onwetend als nu.
Zoweel gezien als nu hebben we nooit, maar zelden waren we zo blind al nu.
Zoveel licht als nu was er nooit, maar zelden was het zo donker in ons als nu.
Zo dicht bij elkaar leefden we nooit, maar toch waren we zelden zo ver van elkaar als nu.
Wat vroeger was, komt nooit terug. Wat anders kan worden, is het nù.
HORENOM NIEUW TE ZIEN _________________ Eerste bezinning
GEBED VOOR HET KRUIS VAN SAN DAMIANO
Hoogste, roemrijke God, verlicht de duisternis van mijn hart
en geef mij het juiste geloof, de vaste hoop en de volmaakte liefde,
het besef en de kennis, Heer,
om uw heilig en waarachtig gebod te kunnen volbrengen.
Januari 1206 Franciscus maakt zich klaar om te gehoor-zamen en richt zich geheel op het gebod.
EEN DROOM IN SPOLETO1205
Franciscus schafte zich een wapenuitrusting aan, nam een schildknaap in dienst, besteeg zijn paard en vertrok richting Apulië. Toen hij in Spoleto gekomen was en s‘ nachts sliep, hoorde hij half in slaap een stem vragen waarheen hij op weg was. Hij gaf een duidelijk overzicht van heel zijn plan. De stem antwoordde: ‘Wie kan jou eigenlijk meer geven, de heer of de knecht?’ ‘De heer, natuurlijk’, antwoordde hij. ‘Waarom laat je de heer dan in de steek voor de knecht en verkies je de onderdaan boven de koning?’ Toen stelde Franciscus de vraag: ‘Wat wilt u dat ik ga doen, Heer?’ ‘Keer terug naar de streek waar je thuishoort. Ga daar doen wat de Heer je zal openbaren.’ De volgende morgen keerde hij naar zijn eigen streek terug, zoals hem bevolen was.
ONTMOETING MET EEN MELAATSE
De Heer heeft mij, broeder Franciscus, aldus het begin gegeven van een leven in boetvaardigheid: Toen ik in zonden leefde, vond ik het erg bitter melaatsen te zien. En de Heer zelf heeft mij tussen de melaatsen gebracht en ik heb hun barmhartigheid bewezen. En toen ik bij hen wegging, was wat ik bitter vond voor mij omgeslagen in zoetheid naar ziel en lichaam. En toen ben ik een korte tijd zo gebleven en heb de wereld verlaten.
Franciscus in zijn Testament
DE JOODSE GELOOFSBELIJDENIS
Luister, Israël, luister: Jahwe is onze God, Jahwe alleen! Gij moet Jahwe uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten. De geboden die ik u heden voorschrijf, moet ge in uw hart prenten. Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat. Bind ze als een teken op uw hand en als een band op uw voorhoofd. Grif ze in de deurposten van uw huis en op de poorten van uw stad.
Deut. 6,4-9
DE ALLERHOOGSTE ZELF HEEFT MIJ GEOPENBAARD
En nadat de Heer mij enkele broeders had gegeven, toonde niemand mij wat ik moest doen, maar de Allerhoogste zelf heeft mij geopenbaard dat ik moest leven volgens het model van het heilig evangelie. En ik heb dat met weinig woorden en eenvoudig op laten schrijven en de heer paus heeft dat voor mij bekrachtigd…
De Heer heeft mij ook een groet geopenbaard. Wij moeten zeggen: ‘ De Heer geve u vrede.’
Franciscus in zijn Testament
UIT HET EIGEN EGO TREDEN OM NAAR DE ANDER TE KUNNEN GAAN ___________________________________ Tweede bezinning
DE DEUGD - ALS GAVE VAN DE GEEST - DIE DE ONDEUGD VERDRIJFT
Waar liefde is en wijsheid, daar is geen vrees en geen onwetendheid.
Waar geduld is en deemoed, daar is geen toorn en geen opwinding.
Waar armoede is met vreugde, daar is geen begerigheid en geen hebzucht.
Waar rust is en bezinning, daar is geen bezorgdheid en geen ronddwalen.
Waar God mag waken over de mens, daar kan de vijand geen plaats vinden om binnen te dringen.
Waar barmhartigheid is en onderscheidingsvermogen, daar is geen veeleisendheid en geen verharding.
Wijsheidsspreuken van Franciscus
DE WARE VREUGDE
Broeder Leonardo heeft verteld dat Franciscus tijdens een lange wandeling met broeder Leo op een bepaald moment riep en zei: ‘Broeder Leo, schrijf op. Schrijf op wat de ware vreugde is.’
Er komt een bode die vertelt dat alle professoren van Parijs tot de orde zijn toegetreden. Schrijf op: dat is de ware vreugde niet.
Ook de prelaten van over de Alpen, aartsbisschoppen en bisschoppen; ook de koning van Frankrijk en de koning van Engeland. Schrijf op: dat is de ware vreugde niet.
Ook vertelt men mij dat mijn broeders naar de ongelovigen zijn gegaan en hen allen tot geloof bekeerd hebben en ook dat ik zo’n grote genade van God heb gekregen dat ik zieken genees en veel wonderen doe. Ik zeg je dat dit alles de ware vreugde niet is.
Wat is de echte vreugde dan wel?
Ik kom terug uit Perugia. Midden in de nacht kom ik hier aan. Het is winter en zo modderig en koud dat de ijspegels onder aan mijn habijt hangen. De hele tijd slaan ze tegen mijn benen en het bloed komt uit de wonden. Door en door koud en vol modder en ijs kom ik aan de poort. En nadat ik een hele tijd heb staan kloppen en roepen, komt er een broeder die vraagt: ‘Wie is daar?’ Ik antwoord: ‘Broeder Franciscus.’ En jij zegt: ‘Ga weg! Dit is geen tijd om aan te komen! Je komt er niet in.’ En als ik blijf aanhouden, en hij antwoordt dan: ‘Ga weg, je bent maar een eenvoudig en ongeletterd man. Je komt er bij ons beslist niet in. Wij zijn al talrijk genoeg en van zo’n niveau dat wij jou niet nodig hebben.’ En ik blijf aan de poort staan en zeg: ‘Ter liefde Gods, wilt u mij deze nacht opnemen?’ En hij antwoordt dan: ‘Dat doe ik niet. Ga naar het huis van de Kruisdragers en vraag het daar maar.’
Als ik dan mijn geduld bewaar en me niet opwind, ik zeg je dat daarin de ware vreugde is en de echte deugd en het heil van de ziel.
De Fioretti
GEBED TOEGEWIJD AAN FRANCISCUS
God, maak mij tot een instrument van uw vrede.
Dat ik liefde zaai waar haat heerst en vergeving waar gekwetst is. Dat ik eenheid zaai waar onenigheid is en vertrouwen bij twijfel.
Dat ik waarheid zaai waar dwaling is en hoop bij wanhoop.
Dat ik vreugde zaai waar droefheid is en licht zaai in de duisternis.
O God, laat mij toch troosten in plaats van getroost te willen worden. Laat mij liever begrijpen dan begrepen te worden, en liever beminnen dan bemind te worden.
Want in het geven ontvangen wij, en in het vergeven wordt ons vergeven.
En door te sterven worden wij geboren om te leven in eeuwigheid.
Vrij naar Hein Stufkens
‘DE VEUGELS ZIJN MET ZO WEINIG KONTENT’T IS NODIG ANDERS KUN JE NOOIT VLIEGEN’ ____________________________________ Derde bezinning
ALS VOGELS
O, als vogels mogen leven, flierefluiten, tierelieren in de ruimte ons gegeven, argeloos en blij van zin; die op uitgeslagen wieken langs de luchten durven zwieren, elke morgen zonder zorgen uit het nest de hemel in. Die niet slaven en niet sloven, die hun dagen laten duren en op goed geluk geloven dat de schepping hen wel voedt; die tevree zijn met wat zij vinden niet verzamelen in schuren, die niet maaien, en niet zaaien en toch doen zij zich te goed. Jezus, als een vrije vogel zelf de onbestemde dagen van de wereld ingetogen, uitgeworpen door Gods hand, leer mij zwerver te vertrouwen, het met u erop te wagen, want de hoede, vaderhoede is mijn eigenlijke land. Zet mijn ogen op oneindig, op de sterren van u vader en het nergens meer omheinde, buiten onze mensentijd; op zijn niet te meten goedheid en zijn eeuwige genade: de gedeelde hemelweelde die de zijnen is bereid.
Michel van der Plas
DE VEUGELKES
De veugelkes zijn zo gauwe kontent ze dragen noch broekske noch vestje ze bouwen geen huis van steen en cement maar van pluimkes en takskes een nestje
In d’ eerde en in ’t water, in de goot en op ‘t dak de godgansen dag zijn ze aan ‘t ruifelen in d’ haag en de bomen van tak tot tak ze tjiepen, ze tsilpen en ze schuifelen
En waar dat ze slapen, op nen stok of nen draad voor beddegoed moe’n ze nie zorgen z’eten een vliegske, een rupske en wat zaad en d’eikes broe’n da’s voor morgen
Ik zou ‘k ik ook geiren een veugelke zijn al was ‘t maar een mus of een spreeuwe of liever ne leeuwerik of een zwaluwke fijn of een kraaie, een duiv’ of een meeuwe
Maar ‘k ben zo gevangen, verslaafd en verwend deur de dingen die mie schandelijk bedriegen de veugels zijn met zo weinig kontent ‘t is nodig anders kan je nooit vliegen
Willem Vermandere
HOE FRANCISCUS TOT DE VOGELS PREEKTE Was het niet vooral tot zijn broeders?
Nadat in die tijd velen zich, zoals gezegd, bij de broeders hadden aangesloten, ging de zalige Franciscus een tocht maken door het dal van Spoleto. Hij kwam in de buurt van Bevagna bij een plek, waar een grote menigte vogels van diverse pluimage bijeen was; er waren duiven, kraaien en nog andere vogels, die men gewoonlijk kauwen noemt. Franciscus, de dienaar van God, was een man die ook voor de lagere, redeloze schepsels veel genegenheid voelde en ze erg graag mocht. Bruisend spontaan als hij was, liet hij, toen hij die vogels daar gezien had, zijn metgezellen waar ze waren, en liep er enthousiast naar toe. Maar toen hij er vlak bij kwam, zag hij dat ze als het ware stonden te wachten om hem te ontvangen. Hij groette hen op de manier, waarop hij altijd groette, maar vroeg zich wel verbaasd af, waarom de vogels niet weggevlogen waren, zoals ze altijd doen. Een grote vreugde kwam bij hem op en vriendelijk vroeg hij hun naar het woord van God te luisteren. Daarna sprak hij hen toe en eindigde zijn toespraak met de woorden: ‘Mijn broeders, vogels, grote lof moeten jullie brengen aan jullie Schepper en Hem altijd van harte beminnen. Hij is het immers, die jullie veren gaf om je te kleden en vleugels om te vliegen en alles wat jullie nodig hebben. Onder de schepselen gaf Hij jullie een ereplaats en wees jullie de vrije, zuivere lucht als verblijfplaats aan. Zaaien doen jullie niet, evenmin als maaien. Maar dat is ook niet nodig. Want zonder dat jullie er iets voor hoeven te doen, beschermt Hij jullie en regelt Hij alles voor jullie.
Thomas van Celano
UIT HET EVANGELIE VAN MATTEÜS Mt.6, 26-27
Kijk naar de vogels aan de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? Wie van jullie kan met al zijn zorgen zijn leven ook maar met een enkele dag verlengen?
TROOSTVOGEL
wanneer er niets meer is te horen, niemand luistert niemand spreekt: ga dan in uw herinnering daar moet een vogel zijn die door uw doodsuur breekt
wanneer er niets dan botte koppen stalen ogen lippen zijn ga dan in uw herinnering een vogel op een tak van goud verstaat uw pijn
wanneer er niets dan blinde stomheid grimmig zwijgen u omringt wil gaan in uw herinnering de vogel heeft een zacht verhaal dat hij u zingt een oud verhaal aan bloed vergoten stille zielen recht gedaan dat dit geschiede nu en hier de witte vogel heeft u zeker wel verstaan
en in dit laatst onmooglijk gaan de weg van uw verlorenheid de vogel hoort u, niemand die hem doden kan zoals hij u naar vrede leidt waar niets u nog gelaten wordt geen woord geen laatste zin vind hem in uw herinnering ga niet alleen de troost der troosteloze in Herman Verbeek
VIA EEN GEDULDIGE DIALOOGWERKEN AAN EEN VERENIGDE WERELD___________________________________ Vierde bezinning
MEDELEVEN MET DE NAASTE
Gelukkig de mens die zijn naaste in al diens broosheid draagt, zoals hij door hem zou willen gedragen worden, als hij in eenzelfde toestand zou bekeren.
Wijsheidsspreuken van Franciscus
HET GEDULD
Gelukkig zij die vredelievend zijn, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Een dienaar van God kan niet weten hoeveel geduld en nederigheid hij in zich heeft, zolang aan zijn wensen voldaan wordt. Maar wanneer de tijd komt dat zij die aan zijn wensen zouden moeten voldoen, hem het tegendeel aandoen, zoveel geduld en nederigheid als hij dan heeft, zoveel heeft hij en meer niet.
Wijsheidsspreuken van Franciscus
FRANCISCUS EN DE WOLF VAN GUBBIO
Toen Franciscus enige tijd in de stad Gubbio verbleef, dook daar in de buurt een grote, angstaanjagende wolf op, die niet alleen dieren maar ook mensen verslond. Omdat die wolf dikwijls in de buurt van de stad kwam, verkeerden alle inwoners van Gubbio in grote angst. Ieder die de stad uit moest, deed dat gewapend alsof er oorlog was. Maar met dat al stond men hulpeloos tegen dat woeste beest als men het alleen tegenkwam. Tenslotte kwam het zo ver dat niemand meer de stad uit durfde te gaan. Omdat Franciscus met de mensen te doen had, wilde hij naar de wolf toe, hoewel de mensen hem dat sterk afraadden. Maar hij maakte zich een kruisteken en ging met zijn gezellen in vertrouwen op God de stad uit. Toen de anderen aarzelden om verder te gaan, sloeg Franciscus de weg naar de wolf in. De wolf kwam met opengesperde muil op Franciscus af. Maar toen hij vlakbij was, sprak Franciscus een zegen over hem en riep hem bij zich met de woorden:‘Kom hier, broeder wolf. In Christus’ naam beveel ik je noch mij, noch iemand anders kwaad te doen.’ Zodra Franciscus de zegen had gegeven, sloot de wolf zijn bek en hield zijn vaart in. En op het horen van het bevel ging hij zachtjes als een lam voor de voeten van Franciscus liggen.
Toen sprak Franciscus hem toe: ‘Broeder wolf, je berokkent veel schade in de streek. Je hebt niet alleen dieren gedood en verslonden, je hebt je zelfs verstout om mensen, geschapen naar Gods beeld, te doden en te verminken. Daarom verdien je als een rover en een moordenaar de galg. Alle mensen beklagen zich over je en heel deze streek is je vijandig gezind. Maar ik wil vrede sluiten tussen jou en hen, broeder wolf, en wel op de volgende voorwaarden: dat jij ze geen kwaad meer doet, en dat zij jou alles zullen vergeven wat je misdaan hebt en je niet meer achtervolgen, de mensen niet en de honden niet’. Na deze woorden gaf de wolf door bewegingen van zijn staart en zijn kop te kennen dat hij aanvaardde wat Franciscus zei.
Daarop vervolgde Franciscus: ’Broeder wolf, omdat je deze vrede wilt sluiten, beloof ik je ervoor te zorgen dat de mensen van deze streek je steeds te eten zullen geven zolang je leeft, zodat je geen honger meer hoeft te lijden. Want ik weet heel goed dat je door honger gedreven werd. Maar omdat ik je die gunst bezorg, wens ik ook dat je mij belooft nooit meer aan mens of dier schade te berokkenen. Geef me een plechtige verzekering van je belofte. ’Daarop legde de wolf zijn rechter voorpoot in de handen van Franciscus. Samen gingen zij naar de stad om de vrede te bekrachtigen. Als een lopend vuurtje ging het nieuws door de stad zodat iedereen, jong en oud, groot en klein, man en vrouw, naar de markt toog om de wolf en Franciscus te zien.
Toen ze daar allemaal bijeen stonden, ging Franciscus op een verhoging staan en deed tot iedereen een oproep: ‘Keer u tot God en betoon spijt over uw misstappen. Dan zal God u in dit leven voor de wolf vrijwaren en in het toekomstige leven voor de hel.’ Daarop zei Franciscus: ’Luister, broeders, broeder wolf heeft mij beloofd dat hij vrede met u wil sluiten en u nooit meer iets zal benadelen, als u belooft hem iedere dag te geven wat hij nodig heeft. Ik sta er borg voor, dat hij dit vredesverdrag zal nakomen’. Toen beloofde het volk uit één mond, hem steeds te zullen voeden. De wolf gaf zijn rechterpoot aan Franciscus als teken van zijn belofte. Het volk was opgetogen van vreugde en begon luid te jubelen. De wolf leefde nog twee jaar in Gubbio en ging rustig van deur tot deur, zonder iemand kwaad te doen. De mensen gaven hem vriendelijk te eten en er was geen hond die tegen hem blafte. Na enige tijd stierf de wolf van ouderdom. Dat vonden de mensen heel jammer, want hij had hen herinnerd aan de deugd en de heiligheid van Franciscus. Tot lof van Christus. Amen.
De Fioretti
GEBED TOT FRANCISCUS
Jij, man van verzoening en vrede, inspireer ons:
dat wij de armen mogen eren en met geen machten samenzweren,
dat wij de wolf in ons herkennen en hem met mededogen temmen,
dat wij in vrede groeten al wie wij onderweg ontmoeten,
dat wij het vuur niet laten doven en in de nacht de zon nog loven,
dat wij zelfs stervend zullen zingen van alle goeds dat wij ontvingen.
Jij, man van barmhartigheid en tederheid blijf ons aanzetten tot verzoening en vrede.
Vrij naar Hein Stufkens
FRANCISCUS EN DE DRIE ROVERS
In die tijd leefden er in die streek drie beruchte rovers. Zij kwamen op zekere dag bij dat klooster aan en vroegen aan broeder Angelus, de overste, hun te eten te geven.
Maar deze las hen duchtig de les en zei hun: ’ Lelijke rovers en moordenaars, schamen jullie je niet te stelen wat anderen met veel moeite verdiend hebben? En nu zijn jullie zelfs zo brutaal en onbeschoft dat je de aalmoezen, die aan Gods dienaren geschonken worden, wilt opeten. Jullie zijn niet waard, dat de aarde je draagt, want noch voor de mensen noch voor God, die jullie geschapen heeft, hebben jullie enig respect. Verdwijn en ga je misdaden maar weer bedrijven, en laat je hier niet meer zien. ’
Door die woorden van hun stuk gebracht, liepen ze woedend weg.
Even later kwam Franciscus het klooster binnen met een zak brood en een kan wijn.
En toen de overste hem vertelde, hoe hij de rovers had weggejaagd, berispte Franciscus hem streng met de woorden: ‘ Ik kan je onbarmhartig gedrag niet goedkeuren; want de zondaars worden gemakkelijker tot God gebracht door goedheid dan door bittere verwijten.
Onze Heer Jezus Christus zegt ook dat hij niet gekomen is om rechtvaardigen tot boetvaardigheid te roepen doch zondaars; en daarom at hij dikwijls met hen.
Daar je dus tegen de naastenliefde gehandeld hebt en tegen Christus’ heilig evangelie, beveel ik je die rovers met dit brood en deze wijn achterna te gaan en ze hun aan te bieden.
En je moet voor hen op de knieën vallen en hun nederig om vergeving vragen voor je liefdeloosheid.
Daarna vraag je hun, namens mij, geen kwaad te doen.
En dan beloof ik hun in hun onderhoud te voorzien en hun altijd eten en drinken te geven. ’
De Fioretti
WEES GOED IN MIJ
God van Jezus, God van Franciscus, wees goed in mij. Werk bevrijdend in mij: als een kracht tot liefde, als aandacht. Wees nieuw en vurig, oud en wijs in mij. Wees in mij afkeer van geweld, honger naar gerechtigheid, hoop, ontferming en dorst naar vrede. Dat ik U niet misbruik. Dat ik U niet verloochen. Dat ik U niet verspeel. AMEN.
DE DINGEN IN JE LEVENEEN VREDEVOLLE PLAATS KUNNEN GEVEN__________________________________Vijfde bezinning
DE TERECHTWIJZING
Gelukkig de dienaar die een vermaning, beschuldiging en berisping van iemand anders even geduldig ondergaat, alsof ze van hem kwamen.
Gelukkig de dienaar die bij een berisping zachtmoedig zijn rust bewaart, beschaamd gehoorzaamt, nederig schuld bekent en het graag weer goed maakt.
Gelukkig de dienaar die zich niet direct begint te verontschuldigen en nederig smaad en berisping ondergaat voor een zonde waaraan hij zich niet schuldig heeft gemaakt.
Wijsheidsspreuken van Franciscus
HET ONTSTAAN VAN HET ZONNELIED
Twee jaar voor zijn dood was Franciscus zwaar ziek, vooral door zijn oogkwaal. Hij bevond zich lange tijd in een celletje bij San Damiano. Het was zeer koud en het weer was niet geschikt om te genezen. Overdag kon Franciscus het daglicht niet verdragen en ’s nachts was het haardvuur hem te veel. Hij lag steeds binnen in het donker. Ook deden zijn ogen hem erge pijn, zodat hij ’s nachts niet tot rust kon komen en wat slapen. Daar kwam nog bij dat het krioelde van de muizen. Wanneer hij probeerde te slapen, liepen ze over hem en rond hem heen en maakten rust voor hem onmogelijk. Als hij aan het bidden was, lieten ze hem geen moment met rust. Wanneer hij at, sprongen ze bij hem op tafel. Het was zo erg dat hij het als een beproeving van de duivel zag. En dat was het ook. Op een nacht lag Franciscus te peinzen dat hij toch wel erg veel moeilijkheden en beproevingen had te verduren. Hij kreeg met zichzelf te doen en bad in stilte: ‘Heer, kijk naar mij en help mij dat ik mijn kwalen geduldig mag dragen.’ Op hetzelfde moment hoorde hij in de geest: ’Zeg Mij, broeder: als iemand je in ruil voor al die ziekten en kwellingen een grote en kostbare schat zou geven, zo groot dat hij de rest van de wereld niet meer de moeite waard zou vinden, al was de hele aarde zuiver goud, iedere steen een juweel en alle water balsem: zou je dan niet ontzettend blij zijn? ’Franciscus antwoordde: ‘Maar natuurlijk, Heer.’ ‘Welaan dan, broeder’, zei de stem, ‘wees opgetogen en blij, hoe ziek je ook bent en hoezeer je ook beproefd wordt. Vanaf dit moment mag je je even veilig weten als was je reeds in mijn rijk’.
Toen hij de volgende morgen opstond, zei hij zijn gezellen:’Als de keizer één van zijn dienaren een heel rijksgebied zou schenken, zou de dienaar er dan niet erg blij om zijn? Denk eens aan, terwijl ik nog op aarde leef, heeft Hij in zijn barmhartigheid mij, zijn onwaardige kleine dienaar, de garantie gegeven voor een plaats in zijn rijk. Om Hem te prijzen, mezelf te troosten en tot stichting van anderen wil ik daarom een nieuwe lofzang op de Heer maken, een lofzang over zijn schepselen waarvan we iedere dag opnieuw gebruik maken, die we nodig hebben om in leven te kunnen blijven en voor welke voortreffelijke gave we iedere dag weer ondankbaar zijn.’
Toen ging hij rechtop zitten, trok zich in overweging terug en enige tijd later begon hij: ‘ Allerhoogste, almachtige, goede Heer.’ Hij maakte er een melodie op en leerde zijn gezellen hoe ze het moesten zingen.
Herinneringen aan broeder Franciscus
HET LIED VAN BROEDER ZON OF VAN DE SCHEPPING
Allerhoogste, almachtige, goede Heer, aan U de lof, de glorie en de eer en alle zegeningen! U alleen, Allerhoogste, komen ze toe en geen mens is waardig U te noemen.
Wees geloofd, mijn Heer, met heel uw schepping, en vooral mijn Heer broeder Zon die het daglicht schenkt en door wie Gij ons alles laat zien. En hij is schoon en straalt met grote pracht: van U, allerhoogste, is hij het teken.
Wees geloofd, mijn Heer, door zuster Maan en de Sterren; aan de hemel hebt Gij ze gemaakt: klaar, kostbaar en schoon.
Wees geloofd, mijn Heer, door broeder Wind en door de lucht en de wolken, door het heldere en elk ander weer: door hen houdt Gij uw schepselen in stand.
Wees geloofd, mijn Heer, door zuster Water: ze is heel nuttig en nederig en kostbaar en kuis.
Wees geloofd, mijn Heer, door broeder Vuur door wie Gij de nacht verlicht: hij is schoon en vrolijk en onstuimig en sterk.
Wees geloofd, mijn Heer, door zuster onze moeder de Aarde die ons draagt en ons voedt, die allerlei vruchten voortbrengt en bonte bloemen en kruiden.
Wees geloofd, mijn Heer, door de mensen die uit liefde tot U vergeving schenken en ziekten verdragen en ongemak.
Gelukkig zij die de vrede bewaren want door U, Allerhoogste, zullen ze worden bekroond.
Wees geloofd, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke Dood waaraan geen levend wezen kan ontkomen. Ongelukkig zij die sterven in doodzonden! Gelukkig zij die de dood zal verrassen in uw allerheiligste genade want de tweede dood kan hen niet deren.
Looft en zegent mijn Heer, dankt Hem en dient Hem met grote nederigheid!
Franciscus
LOFZANG OP DE ALLERHOOGSTE GOD
Gij zijt heilig, Heer, enige God, die wonderbare dingen doet. Gij zijt sterk, Gij zijt groot, Gij zijt de allerhoogste, Gij zijt de almachtige koning,
Gij, heilige Vader, koning van hemel en aarde. Gij zijt drie en één, Heer, God, van de goden. Gij zijt het goede, al het goede, het hoogste goed,
Heer, levende en ware God. Gij zijt genegenheid, liefde, Gij zijt wijsheid, Gij zijt nederigheid, Gij zijt geduld, Gij zijt schoonheid, Gij zijt zachtmoedigheid, Gij zijt betrouwbaarheid, Gij zijt rust, Gij zijt vreugde en blijdschap. Gij zijt hoop, Gij zijt rechtvaardigheid, Gij zijt matigheid, Gij zijt rijkdom en dat is ons genoeg. Gij zijt schoonheid, Gij zijt zachtmoedigheid, Gij zijt beschermer, Gij zijt behoeder en verdediger.
Gij zijt sterkte, Gij zijt verkwikking, Gij zijt onze hoop, Gij zijt ons geloof, Gij zijt onze liefde, Gij zijt onze zoetheid, Gij zijt ons eeuwig leven, grote en bewonderenswaardige Heer, Almachtige God, barmhartige Heiland.
Franciscus
DE FRANCISCAANSE LEVENSWEG
Ik buig in liefde en dankbaarheid voor het mysterie en ik open mijn hart vol mededogen voor al wat leeft.
Ik zie alle schepselen als mijn broeders en zusters en ik draag ze zoals ik zelf gedragen zou willen worden.
In overgave vind ik vrede en ongewapend ga ik onderweg. Vrede wens ik vriend en vijand.
Niets en niemand eigen ik mij toe; ik leef eenvoudig en alles wordt mij geschonken.
Ieders dienaar ben ik, niemands slaaf; zo geef ik gehoor aan mijn roeping.
Belangeloos ga ik om met de mensen, in ieder groet ik het licht.
In vreugde leef ik dit leven, om mijn lippen zomaar een glimlach.
Hein Stufkens.
WIJ BIDDEN OM BEKERING
Wij hier belijden U, wij die op aarde zijn, dat wij het spoor van de hemelse dingen samen met onze tijdgenoten bijster zijn.
Toch is er een stem die getuigt van U, er zijn tekenen onder de wolk van lopend vuur, er is getuigenis en offer, Geest en waarheid in het leven van mensen.
Wij zijn te log van ziel, te traag van hart, te zat van bezit dat de honger niet stilt en de dorst niet verslaat.
Wij bidden om vergeving van onze ongeschiktheid. Wij bidden om bekering ter wille van Uw woord.
W. Barnard
IK HEB NOOIT
Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit: het zacht maken van stenen het vuur maken uit water het regen maken uit dorst
ondertussen beet de kou mij was de zon een dag vol wespen was het brood zout of zoet en de nacht zwart naar behoren of wit van onwetendheid
soms verwarde ik mij met mijn schaduw zoals men het woord met het woord kan verwarren het karkas met het lichaam vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd en zonder tranen, en doof
maar nooit iets anders dan dit: het zacht maken van stenen het vuur maken uit water het regen maken uit dorst
het regent ik drink ik heb dorst
Gerrit Kouwenaar
VREDE IS DE WEG
Elke heuvel moet geslecht, elke bocht moet recht. Gedempt moet elke kuil en elke voor. ‘Elk voor zich’ wordt ongedaan, geen geweld zal nog bestaan. Vrede is onze weg: ga door!!
Ga dan op weg in een lange stoet. Trek een spoor van hoop op een nieuwe tijd: Vrede, recht en veiligheid.
Ga dan op stap: waag de ommekeer. Weg uit de stad van meer en meer. Leef een nieuw vertrouwen: een morgen daagt, de minsten worden groot gemaakt.
Leef dan de vrede: breek en deel. Roep om de vrede en maak mensen heel. Waak en bid tegen haat en leed: dat wapens worden omgesmeed.
Carlos Desoete
|
Gebed |
|
Door JPV |
